in Dagelijks

Toen ik op de lagere school zat, ging ik — net als zoveel kinderen op Urk — naar het Urker museum. Eén van de weinige dingen die ik me daarvan herinner was het knipwerk van Jantje de Knipper. Het esthetisch contrasterende zwart-witte twee-en-half dimensionale knipwerk van het kerkje met kerkhof maakte toen al indruk, lang voordat ik wist dat het woord esthetisch bestond.

Het maakte ook indruk omdat ik op de een of andere manier in de veronderstelling was dat Jantje blind was én dat hij zijn knipwerk met een onmogelijke grote schaar had gemaakt. Dat laatste kwam waarschijnlijk omdat er een enorme schaar naast de kunstwerken was tentoongesteld. Ik kon niet rijmen hoe je zulk fijn knipwerk met zo’n monsterlijke grote schaar kon maken. Dat Jantje waarschijnlijk meerdere scharen had, kwam niet bij me op.

Maar over dat eerste — dat Jantje blind was— ik weet niet meer waar dat vandaan kwam. Waarschijnlijk van leeftijdsgenoten die het verhaal nog spannender wilden maken. Alsof het knipwerk alleen, niet bijzonder genoeg was.

Dat Jantje niet blind was en hoe bijzonder zijn kunst — zonder spannende verhalen — eigenlijk is leerde ik, meerdere decennia na dat eerste museumbezoek, recent pas door het project Jantje in het kwadraat.

En dan met name door de bijbehorende podcast.

In deze podcast gaan Jacob Oeverbeek en Bas Visscher op zoek naar de verhalen van niet één, maar twee Jantjes. Eén uit Zeeland, één uit Urk. Ze leefden in ongeveer dezelfde tijd en waren beide knipkunstenaar. Beide Jantjes hebben een hedendaagse evenknie, Tonnie uit Zeeland (ook bekend als Broeder Dieleman) en Henk Kapitein uit Urk. In vijf afleveringen vertellen deze twee knipkunstenaars het verhaal van hun Jantje waarbij Bas en Jacob zoeken naar de verbanden tussen de kunst en levens van twee Jantjes die honderden kilometers uit elkaar woonden en elkaar nooit hebben ontmoet, of überhaupt wisten van elkaars bestaan.

Gister luisterde ik de laatste aflevering terwijl ik in Zeeuws-Vlaanderen, vergezeld door een hete herfstzon, van de Verdronken Zwarte Polder naar Oostburg reed. Het ideale landschap om een voorstelling te kunnen maken van de Zeeuwse Jantje die langs de boerderijen en stadjes ging om zijn knipwerk te slijten.

Het was een perfect einde aan een onderhoudende podcastserie die afsluit met Tonnie die vragen stelt over wat de waarde of het nut van kunst eigenlijk is en wat het betekent om je cultuur te moeten afleggen. En hij eindigt met hoe hij zelf iets aan het verhaal van zijn Jantje wil toevoegen.

Beide hedendaagse knipkunstenaars staan namelijk door het maken van hun kunst in een directe lijn met hun verleden. En schrijven zo mee aan het verhaal.

Ik hoop dat er over 100 jaar nog steeds kinderen naar Zeeuwse of Urker musea gaan en zich verwonderen en verbonden voelen met dat zelfde verleden wat dan uitgebreid is door kunst die vandaag gemaakt wordt. En ik hoop dat die kinderen het verhaal op hun manier dan ook weer door blijven geven.

Misschien schrijven ze er zelfs wel een blog over.

Luisteren kan hier:

Geef een reactie

Reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.